BLOG de keto-therapeut

Hoezo dit blog 

01-12-22

Waarom “de Keto-Therapeut”? Wat het onderdeel keto betreft kan ik het volgende zeggen. Na omzwervingen van vegetarisch naar veganistisch en meer belandde ik uiteindelijk in de low-carb wereld en schoof vandaar langzaam door naar de no-carb en ketogene wereld. Hoe meer ik te weten kwam en hoe meer ik op mezelf experimenteerde, deed mij beseffen dat de grote boosdoener bij bijna alle moderne ziektes koolhydraten zijn. Inmiddels eet ik ruim zeven jaar ketogeen en daarvoor een jaar of vijf low-carb. Ik bestudeer nog dagelijks nieuwe onderzoeken en schrijvers die zich hiermee bezighouden. Ook experimenteer ik met voedingsmiddelen en mate van ketose. Ik kijk wat voor invloed dit heeft op mezelf en mijn cliënten.

 

Het therapeutische deel bevat mijn werk als psychosociaal therapeut en low-carb deskundige. Oud trauma en verslavingen en eetstoornissen staan niet los van elkaar. Wat heb je meegemaakt en wat eet en drink je; zouden uitgangspunten moeten zijn voor iedere therapie. Ook waar kom je vandaan en wat is je familiegeschiedenis. Ik heb zelf een familiegeschiedenis waarin een ongezonde verhouding met voeding en drank een rol speelt. Dat heeft mij gevormd tot wie ik ben en van waaruit ik onderzoek en schrijf. Ik ben een schrijvende keto-therapeut, omdat ik zelf ketogeen leef en omdat ik inmiddels geloof dat heel veel ziektes en psychisch lijden behalve een traumatische ook een neuro-metabole basis hebben. Recentelijk komen er steeds meer onderzoekers die dit onderschrijven. Helaas duurt het soms wel 15 tot 20 jaar dat onderzoeksbevindingen tot de reguliere medische praktijk gaan behoren. Zeker als hier geen geld mee te verdienen valt door grote voedings- en medicijnbedrijven. Sterker nog, het levert ze verlies op omdat er minder medicatie en junkfood over de toonbank schuift. Dit blog is een bescheiden poging voedings- en leefstijlgeneeskunde aandacht te geven als optie voor zelfgenezing.

Neurodivergent

Van je familie moet je het hebben 15-12-22

Ik ben van nature nieuwsgierig en hou van onderzoeken en filosoferen. Ik ben geen medicus maar heb wel jaren met medici samengewerkt en zelf gestudeerd op academisch niveau. Ik ben in staat binnen wetenschappelijke artikelen en boeken het kaf van het koren te scheiden. Mijn drijfveer om dit blog te schrijven is kennis en gedachtes te delen. Ik kan tot mijn dood blijven onderzoeken, maar het was het idee van mijn partner en sommige cliënten en collega’s die mij stimuleerden het een en ander op te schrijven. Zonde als deze kennis verloren gaat. Eigenlijk bedoelden ze; als je dood bent gaat wat je weet verloren. De interesse voor dit onderwerp staat heel dicht bij me. Dat klinkt door in de teksten. Bovendien objectiviteit is een illusie leerde ik tijdens mijn studies filosofie en kunstgeschiedenis. Wees dan ook eerlijk en geef toe dan je altijd het centrum bent van de wereld die je om je heen bestudeert en interpreteert. Vandaar dat de stukjes die ik schrijf een persoonlijke toon hebben.

 

Als jong kind keek ik met verwondering naar mijn familie en besefte dat zij net als ik buitenbeentjes waren. Te druk of te stil en meestal chaotisch of juist een controlefreak. Leerstoornissen en aandachtsproblemen waren meer regel dan uitzondering. Recentelijk heeft dat hele scala aan persoonlijkheidsverschijnselen een naam gekregen. Mijn familie en ik behoren tot de groep neurodivergenten. Neurodivergent wil eigenlijk zeggen dat je brein op een andere manier werkt dan dat van de meerderheid. De meerderheid heet ‘neurotypical’. Zelf ben ik dyslectisch en binnen het gezin waar ik uit kom hebben vier van de zeven personen dit. Mijn beide kinderen zijn niet gespaard. ADHD en het autisme spectrum loopt als een grillige rode draad door mijn familie. In de maatschappij is neurodivergentie de uitzondering op de regel maar binnen mijn familie is neurotypical de uitzondering op onze genetische norm. 

 

Toen ik jong was, waren al deze diagnoses nog niet bekend en mijn broers en zus ervoeren ons als normaal. Ik stond een beetje aan de zijlijn en vroeg me als enige af ‘wat maakt dat wij anders zijn’? Niet lang daarna kreeg ik de diagnose woordblind en hoogbegaafd. Mijn onderwijzer op de basisschool (toen lagere school geheten) daarentegen dacht dat ik zwak begaafd was; van woordblind had hij nooit gehoord. Van zwakbegaafd daarentegen wist hij wel, ik viel buiten de norm en daar kon hij niets mee. Ik was zeven en het was eind jaren vijftig van de vorige eeuw. Mijn moeder herkende haar eigen leerproblemen in mijn diagnose. Dat heeft ze van mij, vertelde ze. Toen mijn jongste broer tientallen jaren later op volwassen leeftijd de diagnose ADHD kreeg wist hij, dat heb ik van mijn moeder. Het dyslectische deel mist hij, maar het hoogbegaafde heeft ook hij. Dat komt weer bij mijn vader vandaan; een slimme, wat autistische, ingenieur. Hij had helaas niet altijd het perfecte inlevingsvermogen voor de neurodivergente chaos binnen ons gezin. Hij was bovenmatig geordend en sociaal onhandig. Hij had een flinke slok whisky nodig om los te komen. Vergis je niet; hoogbegaafdheid is weldegelijk neurodivergentie. Het kan voor behoorlijk wat onbegrip en jeugdtrauma zorgen, zeker als het zich samen met andere leer en aandachtstoornissen manifesteert zoals in ons gezin. 

 

Een andere vraag die ik mezelf stelde in dit verband, is in hoeverre ons anders zijn samenhangt met de lichamelijke kwetsbaarheid die ik zag bij veel familieleden. Auto-immuunziektes, verslavingen, overgevoeligheden en gewichtsproblemen komen te vaak voor om dit normaal te vinden. Intuïtief voelde ik altijd dat dit ergens verband met elkaar moest houden. 

 

Toen ik in 2010 door ziekte mijn werk verloor, besloot ik de tijd die ik nu had te steken in onderzoek om beter te worden. Ik stapte in een zoektocht naar oorzaken en mogelijkheden. Een zoektocht, liefst zonder pillen, want die had ik al genoeg geslikt voor mijn diverse kwalen,                                                                                                                                                                       met vaak geen of negatief effect. Het was een eenzame tocht want mijn nieuwsgierigheid deelde ik met niemand in mijn omgeving. Op het internet kwam ik echter wel gelijkgestemden tegen. Vaak, net als ik, eenzame zoekers die een oplossing zochten voor hun eigen gezondheidsproblemen of dat van hun geliefde. Maar ook artsen die een ongenoegen voelden met hun vak. Het ‘hier klopt iets niet’ zette hen op een zoektocht die eindigde met onze moderne leefstijl als oorzaak voor eigentijdse aandoeningen. 

 

Neurodivergentie groeit onder de wereldbevolking en dat blijkt gelijke tred te houden met de groei in ultra bewerkte voedingsmiddelen zoals geraffineerde koolhydraten en vetten. Suikerconsumptie bijvoorbeeld nam de laatste 100 jaar 1.000 % toe. Dat komt omdat we het nu niet meer alleen via natuurlijke bronnen als fruit binnenkrijgen. Het merendeel komt uit fabrieken die het zeer goedkoop kunnen leveren als witte kristallen of heldere siropen. Zoet is lekker en enorm verslavend. Het geeft het brein een dopamine kick; net als drank en drugs en het maakt het brein star en statisch, maar daarover in een volgend blog meer.


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Heeft dit blog u nieuwsgierig gemaakt naar wat ik voor u kan betekenen. Kijk dan op deze website www.EFTRotterdam.com om nader kennis te maken met mij en mijn methoden. Voor een korte vraag kunt u mij altijd mailen: astridtanis@me.com.

Bij een langere of complexere vraag kunnen wij, indien u dat wenst, een behandeltraject ingaan. U zit nergens aan vast. Het behandeltraject wordt voorafgegaan met een gratis zoomgesprek van plusminus twintig minuten om af te tasten of wat ik u kan bieden is waar u naar op zoek bent en of uw hulpvraag binnen mijn expertise valt. 

 Het starre brein

23-12-22

Persoonlijk kreeg ik de harde les hoe je brein kan verstarren door een koolhydraatrijk plantaardig dieet. Ik probeerde met een gepropagandeerd veganistisch dieet mijn Lyme en chronisch vermoeidheidsyndroomonder controle te krijgen. Heerlijk al die smoothies en sapjes; maar ik werd steeds zieker en na anderhalf jaar veganistisch beangstigend depressief. Na een dieet van drie weken low carb, vlees en dierlijk vet was het alsof er een lichtknop in mijn brein werd aangezet. Ik herinner me de plek en het moment nog. Dat is nu zo’n dertien jaar geleden. Ik heb er nog jaren over gedaan helemaal te genezen, maar dat moment was een belangrijk begin. Het inzicht dat voeding daadwerkelijk het functioneren van je brein zowel negatief als positief kan beïnvloeden geloofde ik al. Ik had alleen jaren op het verkeerde herbivore paard gewed. Nu leef ik als een carnivore wolf en dat werkt beter voor mijn gezondheid.

 

Wonderlijk hoe langzaam sommige wetenschappelijke kennis in de gezondheidsindustrie doorsijpelt. Begin jaren zeventig leerde ik in de anatomie les tijdens mijn opleiding voor verpleegkundige dat het brein op volwassen leeftijd niet meer kan veranderen. Dat bleek achteraf al 70 jaar achterhaald. Rond 1900 observeerde de neurowetenschapper Santiago Ramón y Cajalde (1852-1934) dat het brein nog steeds kan veranderen op volwassen leeftijd. De Poolse neurowetenschapper Jerzy Konorski (1903-1973) introduceerde het begrip neuroplasticiteit ruim veertig jaar later. Het begrip werd vervolgens pas vanaf 1960 iets breder erkend onder neurowetenschappers. In 1960 werd namelijk duidelijk dat neuronen na een traumatische gebeurtenis de structuur van het brein veranderen. In 1990 ontstond zelfs de overtuiging dat ernstig trauma gedeeltes van het brein blijvend kan beschadigen (Fuchs & Flügge, Adult Neuroplasticity: More Than 40 Years of Research 2014). 

Neuroplasticiteit refereert aan het herstructureren en reorganiseren van het brein op volwassen leeftijd. Het ontstaan van nieuwe neuronen heet neurogenesis, dat zie je bij de ontwikkeling van baby tot kind. Dat neurogenesis bij volwassen niet bestond bleef een dominante aanname. De in 1932 geboren Josef Altman ontdekte al in 1960 dat het volwassen brein mogelijkheid tot neurogenesis heeft. Echter het dogma dat nieuwe neuronen op volwassen leeftijd niet meer vermeerderen was zo sterk dat hij voor tientallen jaren door andere neurologische wetenschappers genegeerd en geridiculiseerd werd.

Dat begint nu langzaam te veranderen. Ons brein is flexibeler dan voor decades gedacht werd. 

 

Dat roept de vraag op: ‘als dat zo is waarom blijven mensen dan zo sterk hangen in oude gewoontes en overtuigingen?’ In 1982 isoleerde de neurobioloog Yves Barde voor het eerst het stofje brain-derived neurotrophic factor (BDNF). In het Nederlands kan je dit vertalen met ‘een van het brein afkomstige zenuwcel-stimulerende factor’. Dit eiwit blijkt zowel stimulerend voor neuroplasticiteit als voor neurogenese. Op het moment dat je iemand wilt helpen om uit vaste neurologische patronen te komen wil je voldoende van dit stofje in het brein hebben maar helaas dat is niet bij iedereen zo. Voeding en leefstijl zijn belangrijk hierbij. Passief leven verlaagt deze stof, beweging verhoogt het, zonlicht heeft een heel gunstige invloed op BDNF en waarschijnlijk ontstaat de winterdepressie door een tekort hieraan. Een heel belangrijke blokkade voor BDNF is een verhoogd suikergehalte in het brein, ook wel diabetes 3 genoemd. De beste manier om dit op te lossen is in ketose gaan. BDNF is dol op ketonen.

 

Een laag BDNF-gehalte in het brein wordt in verband gebracht met vele neurologische en psychische symptomen, zoals psychoses, angststoornissen, depressie, bipolaire stoornissen, verslavingen, eetstoornissen, Alzheimer, Parkinson de ziekte van Huntington en meer. Ze zijn nog een zeldzaamheid maar het aantal neurologen en psychiaters die ketose als behandelvorm boven medicatie verkiezen groeit. Door de psychiater Georgia Ede ben ik opgeleid tot metabolic practitioner, maar het in 2022 uitgekomen boek van Chris Palmer, Brain Energy las ik in een adem uit. Hij ziet bij alle psychiatrische aandoeningen een verstoring in het metabolisme. Dat is niet het hele verhaal zegt hij ook. We zijn een complexe eenheid waar genen, trauma en slechte eetgewoonten samensmelten tot een voedingsbodem waar ziekteprocessen weelderig tieren. Ik ben het helemaal met hem eens. Matthew Phillips een jonge neuroloog uit Nieuw-Zeeland deed onderzoek naar Parkinsons met het ketogene dieet. De uitkomsten zijn onweerlegbaar. Therapeutische ketose verhoogd de kwaliteit van leven en brengt sommige aspecten van de ziekte in remissie. Hij behandelt daarnaast andere neurodegeneratieve ziekten als MS, Alzheimer en hersentumoren met succes. Ik zou zeggen; “Kom uit je stoel, ga naar de slager, en zoek zo nodig een keto-therapeut om je leven leuker te maken.” 


----------------------------------------------------


Heeft dit blog u nieuwsgierig gemaakt naar wat ik voor u kan betekenen. Kijk dan op deze website www.EFTRotterdam.com om nader kennis te maken met mij en mijn methoden. Voor een korte vraag kunt u mij altijd mailen: astridtanis@me.com.

Bij een langere of complexere vraag kunnen wij, indien u dat wenst, een behandeltraject ingaan. U zit nergens aan vast. Het behandeltraject wordt voorafgegaan met een gratis zoomgesprek van plusminus twintig minuten om af te tasten of wat ik u kan bieden is waar u naar op zoek bent en of uw hulpvraag binnen mijn expertise valt. 


 Mitochondria en ons metabolisme

Metabolisme

 Metabolisme is een ander woord voor stofwisseling. Deze vindt plaats in bijna iedere cel van het lichaam met behulp van mitochondria. De minuscule deeltjes (organellen) in iedere cel zijn de voorwaarde van alle leven op aarde. Om te functioneren hebben zij zuurstof en voedingsstoffen (glucose of ketonen) nodig als brandstof. De cel waarbinnen zij zich bevinden, neemt deze op uit omringend weefselvocht en zorgt dat het bij de mitochondria komt. De mitochondria zorgen weer dat er genoeg energie komt voor de cel om optimaal te functioneren. Als de mitochondria defect zijn ontstaat een energietekort. Metabolisme zien als een cellulair fenomeen is een grove versimpeling van een heel complex proces. Alles in ons lichaam is opgebouwd uit cellen, ook de organen die in een samenwerkingsverband de stofwisseling bewaken door middel van hormonen en enzymen. De stofwisseling kan je zien als een aaneenschakeling van interacties. Als een van die schakels in het samenwerkingsverband minder gaat werken dan heeft dat ernstige gevolgen voor het hele metabolisme en de lichamelijke energiehuishouding.

 

Genetische defecten

Binnen de geneeskunde zijn ruim 800 aangeboren metabole ziektebeelden bekend onder genetici. Deze 800 zeldzame afwijkingen komen voort uit genetische defecten. Defecten waardoor voor het metabolisme belangrijke enzymen niet ontstaan. Meestal openbaren die defecten zich al snel na de geboorte. De hielprik die baby’s krijgen is bijvoorbeeld nodig om de dodelijke PKU snel te achterhalen. Kinderen met PKU mogen bepaalde eiwitten niet eten, omdat de enzymen om deze te verwerken ontbreken. Een aparte groep is MITO die verwijst naar afwijkingen in het mitochondriale materiaal. Dat resulteert in een ernstig energietekort. Genetisch onderzoek daarnaar is in volle gang, maar dat de mitochondriën hier hun werk niet goed doen en dat dat het leven niet altijd makkelijk verloopt voor mensen met MITO dat is zeker.

 

Symbiose

Mitochondria zijn ook het bewijs dat er een symbiotische verhouding bestaat tussen mens en microben. De mitochondria stammen namelijk af van een van de eerste levensvormen op aarde miljoenen jaren geleden, de kernloze eencellige bacterie met de naam archae die daardoor ineens kon overleven. Die mitochondria vermengden zich later met de eerste eukaryotische cel die daardoor konden overleven. Alle cellen met een celkern zijn eukaryoten en alle huidige eukaryoten hebben mitochondria die allemaal van een en dezelfde archaea af stammen. Het is een kwestie van evolutionair inzicht om te beseffen dat zonder mitochondria er op aarde geen meercellige levensvormen hadden bestaan. Kort door de bocht wil dit zeggen; zonder mitochondria zou het pratende dier ‘de mens’ niet bestaan. Maar ook de dieren en planten die ons voedsel zijn niet. 

 

Warburg

Aangeboren mitochondriale defecten hebben de aandacht van genetici. Mijn interesse ligt meer in de verworven mitochondriale defecten. Iets wat tijdens het leven langzaam ontstaat, kan je wellicht ook weer geheel of gedeeltelijk terugdraaien als je de oorzaak wegneemt. Begin vorige eeuw ontdekte Otto Warburg (Duitsland 1883-1970) dat kankercellen een heel andere stofwisseling gebruikten, namelijk niet meer door verbranding d.m.v. zuurstof door de mitochondria, maar fermentatie waar geen zuurstof bij nodig is. Door glucose en glutamine te fermenteren voorzag de cel zichzelf van energie. Warburg speculeerde dat dit kwam omdat de mitochondria van deze cellen niet meer goed werkten. Het was een interessante theorie maar deze verdween naar de achtergrond op het moment dat alle hoop en geldstromen naar DNA-onderzoek en naar medicamenteuze behandelingen ging. Dat heeft tot nog toe te weinig opgeleverd. Uitzonderlijke wetenschappers zijn Thomas Seyfried (1946) die als professor biologie verbonden is aan het Boston college en Dominiqeu D’Augustino die als universitair docent aan het Departement Moleculaire Farmacologie en Fysiologie aan de Morsani College of Medicine van de Universiteit van Zuid-Florida (USF) verbonden is. Hij is tevens verbonden als Senior Research Scientist aan het Institute for Human and Machine Cognition (IHMC).  Deze twee wetenschappers haalden de afgelopen decennia Warburg’s theorie weer uit de kast. Zij doen onderzoek naar metabole behandelingen voor kanker, neurologische en neurodegeneratieve ziektebeelden. Wat kanker betreft blijkt dat als je suiker en de glutamine (zover als mogelijk) uit het dieet haalt, waardoor de kankercel moeite met overleven en metastaseren krijgt. Op dat moment gaat het lichaam ketonen van vet maken als brandstof en ketonen fermenteren niet. Als er niets te fermenteren valt, dan gedijen de kankercellen minder goed. Gezonde cellen daarentegen voelen zich heerlijk bij ketonen. Dat heeft het voordeel dat de onaangetaste cellen van het immuunsysteem meer energie kunnen genereren. Ze kunnen daardoor beter helpen slechte cellen en afvalstoffen van de stervende cellen op te ruimen. Chemotherapie heeft voor sommige kankers een tumor dodende eigenschap maar maakt helaas geen onderscheid tussen de gezonde en kankercellen.

 

Inmiddels hoorde ik van diverse mensen hoe zij kanker in remissie kregen met een ketogeen dieet (soms in combinatie met chemo, bestraling of operatie en soms zonder). Er zit echter een addertje onder het gras. Alleen koolhydraten weghalen is niet altijd genoeg. Je moet ook je eiwitten laag houden zodat je in therapeutische ketose gaat en niet te veel glutamine binnenkrijgt. Dat betekent dat je soms wel 90% van je calorieën uit vet moet halen, daar moet je lichaam aan wennen en een periode van vetdiarree de eerste weken tot maanden is niet vreemd. Ketonen kan je meten met een ketonenmeter en glucose met een glucose meter; er zijn diverse meters op de markt die beide meten. Een ander addertje is dat je vaak je glucose (welke je ook meet) niet heel snel naar beneden krijgt omdat je na een jarenlange overdosis aan koolhydraten reserves opgeslagen hebt in lever, andere organen en spieren. Vastenperiodes en voldoende beweging kan hierbij helpen. Dr Thomas Seyfried ontwikkelde een meetmethode om een goede therapeutische glucose/ketonen ratio te bereken. Je deelt de bloedsuiker uitslag door de ketonen uitslag. De ratio moet onder de één zijn. Het is een fikse uitdaging om dat voor elkaar te krijgen en je kanker met een metabole aanpak te lijf te gaan. Een steungroep of Keto-Therapeut kan hierbij helpen. 

 

Boeken

Wil je er meer over weten, er zijn goede boeken over dit onderwerp. Helaas alleen in het Engels.  Het boek ‘Tripping over the Truth’ uit 2017 van Travis Christoffelson is zeer leesbaar. Het gaat in op het veel wetenschappelijkere boek voor vakgenoten van Thomas Seyfried ‘Cancer As A Metabolic Disease’ uit 2012.

Zeer lezenswaardig is ook ‘Any Way You Can’ van Annette Bosworth uit 2021. Ze beschrijft hierin hoe ze van een gewone reguliere internist een Keto-internist werd omdat ze haar moeder wilde helpen bloedkanker te overwinnen. Het lukte de kanker ging in remissie. Ze combineerde chemo-therapie met een ketogeen dieet. Later schreef ze nog KetoContinuemover hoe je van het ketogene dieet een eetgewoonte voor het leven maakt. 

-----------------------------------------------------------------------------


Heeft dit blog u nieuwsgierig gemaakt naar wat ik voor u kan betekenen. Kijk dan op deze websitewww.EFTRotterdam.com om nader kennis te maken met mij en mijn methoden. Voor een korte vraag kunt u mij altijd mailen: astridtanis@me.com.

Bij een langere of complexere vraag kunnen wij, indien u dat wenst, een behandeltraject ingaan. U zit nergens aan vast. Het behandeltraject wordt voorafgegaan met een gratis zoomgesprek van plusminus twintig minuten om af te tasten of wat ik u kan bieden is waar u naar op zoek bent en of uw hulpvraag binnen mijn expertise valt. 

 

Ketonen als antidepresiva

Depressief

 

Er was een moment dat ik echt geloofde dat het met me gedaan was. Ik zat bij mijn huisarts en vroeg of hij me wilde laten opnemen in een psychiatrische inrichting. Ik sliep niet meer, was angstig en voelde me schuldig dat ik een kind op de deze vreselijke wereld had gezet. Het begon de dag ervoor toen ik de film Sophie’s Choice van Alan J. Pakula had gekeken; ik donderde van euforie in één nacht naar een zware depressie met waangedachten. Mijn dokter keek me bedenkelijk aan bij dit relaas en sprak de voor mij legendarische woorden; “Jij bent niet gek maar je hormonen proberen je gek te maken, en als je dat laat gebeuren dan beland je in een psychiatrische inrichting en geloof me daar wil je nooit belanden”. Later knapte ik op met hormoontherapie; hij had gelijk. Postnatale depressie was de naam voor mijn kwaal. Mijn ‘normale ik’ werd overschaduwd door een ‘duivelse ik’. Door de steun van deze arts die mij wekelijks sprak, koos ik in mijn gedrag steeds opnieuw voor mijn normale ik terwijl mijn gedachten allerlei abnormale paden bewandelde. Ik ben hem nu nog dankbaar en werd hem nog dankbaarder toen ik later zelf in de GGZ ging werken. Daar had ik als patiënt niet willen belanden en ook niet gepast. 

 

Het was niet mijn eerste depressie; maar de derde. Als zevenjarige had ik een doodswens. Niet dat ik mezelf iets zou aandoen als braaf katholiek meisje. Maar ik fantaseerde over vreselijke ziektes waaraan ik zou sterven om uit de hel die leven heette te ontsnappen. Ik voelde me er zondig over en vond het een schaamtevolle gedachte waardoor ik hem nooit tegen iemand uitsprak, zelfs niet in de biecht. Inmiddels begrijp ik het beter, ik had een onderwijzer die aan de verdeel- en heersstrategie deed en er ieder jaar een of twee leerlingen uitpikte en de hele klas ertegen opzette. Met mijn neuro-divergente dyslectische persoonlijkheid was ik op zeven jarige leeftijd een makkelijk doelwitten. Ik werd anderhalf jaar door hem ge-gaslight (iemand manipuleren, waardoor hij denkt niet goed bij zijn hoofd zijn). Ik begon deze onderwijzer te geloven. Mijn vader en mijn één jaar oudere zus deden er nog een schepje bovenop. Op mijn vraag of ik net als het jongetje met Downsyndroom in de straat was, antwoordde mijn zus ja. Een onschuldig zusjes pesterijtje, maar de onderwijzer, meester Rademaker, had een goede humuslaag opgebouwd. Mijn vader had geen begrip voor dyslectische neuro-divergentie en deed alles wat hem niet beviel in het gezin smalend af met een mompelend ‘duidelijk een TBG’tje’ (Ter Braken Gekte). Ter Braak is mijn moeders meisjesnaam. Haar twee broers en een zus hadden een psychiatrische aandoening waardoor ze regelmatig opgenomen werden. Twee ervan uiteindelijk permanent. De rest van ons gezin liet mijn vader mompelen; het raakte ze niet. Zij misten mijn humuslaag, waarop bij mij dit zaadje kon woekeren. Ik kreeg een ongezond beeld van mezelf en een hekel aan mijn vader en wantrouwen voor alles wat volwassen en man was. 

 

Mijn tweede depressie had een andere oorzaak. Een kwikvergiftiging kreeg ik op mijn 23ste nadat een nieuwe tandarts in mijn mond keek en dacht kassa!!! dat gaan we allemaal vervangen: “ze lekken”. Het was een paar jaar eerder ook al gebeurd bij een andere tandarts. Deze tweede keer was de druppel die de emmer deed overlopen. De emotionele hel en lichamelijke hel waarin ik belandde duurde ruim twee jaar en daarna werd het meer het vagevuur. Ik had een duidelijke intuïtie dat deze dip door de tandarts behandeling kwam, maar zowel de tandarts als mijn toenmalige huisarts vonden dit onzin. Ik kreeg de term hypochondrie in mijn dossier. Onzin vond mijn moeder het; “juist jij was altijd heel flink en hard voor jezelf, je mankeert iets”. Twintig jaar later pas kwam ik bij een arts die mijn vermoeden bevestigde. Ik was een van de meest kwikvergiftigde mensen die hij in zijn praktijk had gezien. Nadat vervolgens een biologische tandarts mijn gebit had opgeschoond, verdween de depressie gestaag en werd het leven leuker. De arts vond de postnatale depressie niet vreemd, kwik gooit heel je hormoonhuishouding in de war. Bovendien leerde ik later kwik en depressie horen bij elkaar.

 

Er kwam, na mijn postnatale depressie, nog een vierde depressie. Deze werd veroorzaakt door een tekenbeet die medisch gemist werd. De hypochondrische diagnose in mijn dossier zal er zeker toe bijgedragen hebben dat mijn lichamelijke klachten niet geheel serieus genomen werden. Buikpijn en zeven tot elf keer per dag naar het toilet was echt spanning en niets anders volgens een MDL-arts (Maag-Lever-Darm arts)  Mijn vraag of Lyme onderzocht kon worden werd afgedaan met; “Geen rode kring, geen Lyme” Van mijn spierzwakte, hersenmist, duizeligheid en hartkloppingen konden ze niets maken. Dat ik vervolgens voor steeds meer voedingstoffen intolerant werd ook niet. De depressie noemde ik niet want dan kon je makkelijk weer in een ander vakje gestopt worden. Secundair zorgde dit ervoor dat ik reguliere artsen begon te mijden of met wantrouwen tegemoet trad. Mijn klachten begonnen in 2007 en in 2017 kreeg ik eindelijk de diagnose persisterend Lyme met Bartonella als co-infectie door een gespecialiseerde Lyme-arts. De combinatie van de Lyme bacteriën Borrelia burgdorferi en Bartonella schijnt een van de lastigst te behandelen combinaties te zijn en veel maagdarmklachten te geven. Kwikvergiftiging en Lyme maakt je nagenoeg onbehandelbaar. 

 

Depressie is niet iets wat vreemd is voor mij, maar wel altijd verklaarbaar uit mijn persoonlijke geschiedenis en waarschijnlijk ook een genetische aanleg. Ik probeerde mijn klachten te lijf te gaan met verschillende diëten die genezing beloofden. Pas toen ik mijn vlees- en vetconsumptie verhoogde en koolhydraten beperkte, kroop ik langzaam uit het donkere gat. Mentaal betere en slechtere periodes wisselden elkaar af. Die cyclische depressie kende ik van het pre-menstruele syndroom dat ik over hield aan de postnatale depressie. Maar ik was op dat moment al voorbij de menopauze. Dat blijft gewoon doorgaan vertelde een collega me. Iemand anders vertelde dat dit hoort bij Lyme, dat verloopt ook cyclisch. Zelf was ik bij vlagen bang dat ik een lichte vorm van een cyclothyme stoornis had. Dat is een aan bipolariteit verwante stemmingsstoornis; de humuslaag van meester Rademaker was niet helemaal weg.

 

Het echte opknappen begon in 2015 toen ik alle behandelingen stopte en carnivoor ging eten. Het duurde jaren voordat ik echt van de meeste klachten af was en keto-carnivoor hielp daarbij echt. 

De psychiaters Georgia Ede en Chris Palmer zien de therapeutische waarde van ketonen voor behandeling van depressie en ander psychisch lijden. En zoals bij iedere ziekte moet je de juiste dosis zoeken om de symptomen eronder te krijgen. Ik meet mijn ketonen nu regelmatig en bij mij is een waarde van boven de twee de juiste doses en beter is zelfs boven de twee en half. Het zwarte gat is dan nergens te bekkennen. Dat betekent dat ik ook mijn eiwitten laag moet houden en mijn vet hoog. Een ander ding waarvan ik weet dat deze de depressie weer oproept zijn glutamaten (dit zit o.a. in smaakversterkers). Een klein beetje daarvan geeft me voor 36 uur een vervelend soort van depressie met dorst, zoetbehoefte en hartkloppingen. Ik weet dat nu en therapeutische interventies hebben me geleerd deze korte dip gewoon te accepteren als ik per ongelijk iets verkeerds eet. Mijn mantra dan is ‘dit gaat voorbij’. 

 

Volgens Ede en Palmer is er iets mis met de stofwisseling in het brein bij stemmingsstoornissen. Ik geloof ze. Alles wat de kleine energiecentrales (die mitochondria heten) stimuleert houdt mij mentaal gezond. ketogeen eten, ademhalingstherapie (Buteyko-methode), koud water therapie, lichttherapie en beweging hebben bijgedragen aan mijn genezing, maar ketogeen eten wel het meest. Ik dacht dat winterdepressies ook bij mij hoorde. Maar nee, ook dat heb ik niet meer; ik huppel vrolijk de donkere dagen door. 

Ik heb er wel een angst aan overgehouden; stel dat er ooit iets gebeurt dat ik in een verzorgingshuis of ziekenhuis kom en dat hun ongezonde MSG- en koolhydraatrijke ‘meuk’ moet eten. Alleen die gedachte is voldoende om mij als een Spartaan aan mijn leefregels te houden. Alleen vlees, vet en zout, regelmatig koud water, voldoende beweging en een ademhalingsmeditatie iedere dag. 

Wat ik leerde de laatste jaren is dat kwik, Lyme, slechte ademhaling en gifstoffen uit planten de mitochondriën beschadigen. Daarnaast kan je aangeboren minder veel of minder actieve mitochondriën hebben. Gezien mijn familiegeschiedenis met psychische kwetsbaarheid en andere metabole stoornissen denk ik dat dit klopt.

 

Ben je depressief; experimenteer eens met ketose, maar zoek wel goede begeleiding. Dit is maatwerk en het zoeken naar de voor jou juiste dosis ketonen.

 

Wil je meer weten dan zijn er twee goede Engelstalige boeken

·      Brain energie van Christopher M. Palmer 

·      Metabolic Madness: Understand Why Metabolic Health Is Key to Mental Health van Rachel Brown 

·      Georgia Ede heeft helaas nog geen boek maar haar website is: https://www.diagnosisdiet.com/about

 

 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Heeft dit blog u nieuwsgierig gemaakt naar wat ik voor u kan betekenen. Kijk dan op deze websitewww.EFTRotterdam.com om nader kennis te maken met mij en mijn methoden. Voor een korte vraag kunt u mij altijd mailen: astridtanis@me.com.

Bij een langere of complexere vraag kunnen wij, indien u dat wenst, een behandeltraject ingaan. U zit nergens aan vast. Het behandeltraject wordt voorafgegaan met een gratis zoomgesprek van plusminus twintig minuten om af te tasten of wat ik u kan bieden is waar u naar op zoek bent en of uw hulpvraag binnen mijn expertise valt.